| Home > Methodologie > Gebruikers Kenmerken > Werk en Taak Kenmerken |
Eén van de belangrijkste determinanten, bij het opstellen van een gebruikersprofiel, is de gebruikersfrequentie van een interactief systeem.
Een gebruiker kan een systeem 8 uur per dag en 5 dagen per week gebruiken of eenmalig in zijn leven. De gebruiksfrequentie kan liggen tussen deze 2 extremen, met enige interessante variaties, zoals elke dag maar slechts 5 minuten per dag.
De gebruiksfrequentie heeft gevoelige implicaties voor het ontwerp van de interface:
Een andere belangrijke afweging is training. Krijgen ze een verplichte extensieve training? Moeten ze het zichzelf aanleren via handleidingen? Of krijgen ze geen training?
De hoeveelheid training heeft invloed op het leercomfort. Wanneer ze veel training hebben genoten, dan is het minder nodig dat de gebruikersinterface is ontworpen om het leercomfort te verhogen.
Het applicatie gebruik kan verplicht of vrijwillig zijn. Veelal is dit gecorreleerd met de motivatie.
Een systeem dat veel training vergt en moeilijk is aan te leren, is niet geschikt voor gebruikers die een functie hebben met een hoog personeelsverloop. De uitgaven van de training zouden de kosten van het systeem overklassen. Bovendien zouden deze mensen, algemeen bekeken, gedemotiveerd geraken.
Wanneer het personeelverloop laag is, dan zal een steile leercurve wel aanvaard worden en zal het doorgaans ontvangen worden als een verantwoorde investering.
De taak belangrijkheid heeft gedeeltelijk invloed op de motivatie van de gebruikers. De belangrijkheid van een geautomatiseerde taak heeft een impact op de hoeveelheid tijd gebruikers, en in het bijzondere vrijwillige gebruikers, willen investeren in het aanleren van het systeem.
Een andere gewichtig aspect van de taak die geautomatiseerd gaat worden, is de inherente taak structuur (in deze context, herhaling en voorspelbaarheid van de handelingen). Algemeen bekeken, zou de flexibiliteit van de interface moeten overeenkomen met de graad van structuur inherent aan de taak.
Dikwijls kan men de taakstructuur afleiden uit de wijze hoe de globale interactie modus van het systeem is ontworpen. Er zijn op zijn minst 3 categorieën:
Een andere manier om de taak structuur te bepalen kan verkregen worden door te analyseren wie de ‘bestuurder’ is van de software (de gebruiker of de software zelf) en of deze vrije of opgelegde keuzes toelaat:
Menu’s (Applicatie gestuurd – Opgelegde keuze) en Vraag en Antwoord dialogen (Applicatie gestuurd – Opgelegde keuze) zijn hoog gestructureerde interfacestijlen en zouden enkel gebruikt mogen worden in taken met een hoge structuur (of in interacties die een invoerende of uitvoerende modus hebben).
Een programmeertaal (Gebruikers gestuurd – Vrije keuze) bevat heel flexibele ongestructureerde dialoog stijlen en is dus geschikt voor een lage taakstructuur (Verwerking modus).
Bekijk Ook:
Een gebruiker kan een systeem 8 uur per dag en 5 dagen per week gebruiken of eenmalig in zijn leven. De gebruiksfrequentie kan liggen tussen deze 2 extremen, met enige interessante variaties, zoals elke dag maar slechts 5 minuten per dag.
De gebruiksfrequentie heeft gevoelige implicaties voor het ontwerp van de interface:
- Mensen die een systeem veel gebruiken, zijn meestal bereid om meer tijd te investeren in het leren gebruiken van het systeem. Daarom is gebruikscomfort in dit geval belangrijker dan leercomfort.
- Frequente gebruikers hebben minder moeilijkheden met te onthouden hoe het systeem werkt en daardoor is gebruikscomfort wederom belangrijker dan leercomfort.
| Training |
Een andere belangrijke afweging is training. Krijgen ze een verplichte extensieve training? Moeten ze het zichzelf aanleren via handleidingen? Of krijgen ze geen training?
De hoeveelheid training heeft invloed op het leercomfort. Wanneer ze veel training hebben genoten, dan is het minder nodig dat de gebruikersinterface is ontworpen om het leercomfort te verhogen.
| Applicatie Gebruik |
Het applicatie gebruik kan verplicht of vrijwillig zijn. Veelal is dit gecorreleerd met de motivatie.
| Personeelsverloop |
Een systeem dat veel training vergt en moeilijk is aan te leren, is niet geschikt voor gebruikers die een functie hebben met een hoog personeelsverloop. De uitgaven van de training zouden de kosten van het systeem overklassen. Bovendien zouden deze mensen, algemeen bekeken, gedemotiveerd geraken.
Wanneer het personeelverloop laag is, dan zal een steile leercurve wel aanvaard worden en zal het doorgaans ontvangen worden als een verantwoorde investering.
| Taak Belangrijkheid |
De taak belangrijkheid heeft gedeeltelijk invloed op de motivatie van de gebruikers. De belangrijkheid van een geautomatiseerde taak heeft een impact op de hoeveelheid tijd gebruikers, en in het bijzondere vrijwillige gebruikers, willen investeren in het aanleren van het systeem.
| Taak Structuur |
Een andere gewichtig aspect van de taak die geautomatiseerd gaat worden, is de inherente taak structuur (in deze context, herhaling en voorspelbaarheid van de handelingen). Algemeen bekeken, zou de flexibiliteit van de interface moeten overeenkomen met de graad van structuur inherent aan de taak.
Dikwijls kan men de taakstructuur afleiden uit de wijze hoe de globale interactie modus van het systeem is ontworpen. Er zijn op zijn minst 3 categorieën:
Categorie | Voorbeeld | Taak Structuur |
Invoerende Modus | Een invulscherm of een belasting programma | Hoog |
Uitvoerende Modus | Een management rapport- of een database query systeem | Hoog |
Verwerking Modus | Statistische software en programmeertalen | Laag |
Een andere manier om de taak structuur te bepalen kan verkregen worden door te analyseren wie de ‘bestuurder’ is van de software (de gebruiker of de software zelf) en of deze vrije of opgelegde keuzes toelaat:
Categorie | Taak Structuur |
Applicatie gestuurd | Hoog |
Gebruikers gestuurd | Laag |
Vrije keuzes | Laag |
Opgelegde keuzes | Hoog |
Menu’s (Applicatie gestuurd – Opgelegde keuze) en Vraag en Antwoord dialogen (Applicatie gestuurd – Opgelegde keuze) zijn hoog gestructureerde interfacestijlen en zouden enkel gebruikt mogen worden in taken met een hoge structuur (of in interacties die een invoerende of uitvoerende modus hebben).
Een programmeertaal (Gebruikers gestuurd – Vrije keuze) bevat heel flexibele ongestructureerde dialoog stijlen en is dus geschikt voor een lage taakstructuur (Verwerking modus).
| Usability Richtlijnen |
Kenmerken | Usability Impact |
· Lage Gebruiksfrequentie | · Leercomfort De sporadische gebruiker is niet in de mogelijkheid om te leren en te herinneren hoe het systeem werkt, tenzij het is ontworpen voor leercomfort |
· Hoge Gebruiksfrequentie | · Gebruikscomfort Frequente gebruikers zullen de interface leren gebruiken, zelfs als deze moeilijk aan te leren is. Dit type gebruikers is meer bekommerd om gebruikscomfort. |
· Weinig Training | · Leercomfort Om hiaten, door het gebrek aan training, op te vangen, kan het systeem in dit geval best ontworpen met oog op leercomfort. |
· Veel Training | · Gebruikscomfort De doorgedreven training heeft de gebruiker al leren werken met systeem. Hij heeft dus meer nut aan gebruikscomfort. |
· Vrijwillig Applicatie Gebruik | · Leercomfort De eerste indruk is belangrijk om motivatie te creëren, dus leercomfort zou een hogere prioriteit moeten krijgen. |
· Verplicht Applicatie Gebruik | · Gebruikscomfort Gebruikers die een systeem verplicht moeten gebruiken, krijgen doorgaans een training. Gebruikscomfort zal hun een gevoel van meestering en controle geven en dus de motivatie verhogen. |
· Hoog Personeelsverloop | · Leercomfort Wanneer het personeelsverloop hoog is, dan zijn dure trainingskosten onverantwoord. Door leercomfort technieken toe te passen, krijgen gebruikers de applicatie onder de knie. |
· Laag Personeelsverloop | · Gebruikscomfort Dikwijls krijgen deze mensen een goede training, bovendien is door het lage personeelverloop de motivatie dikwijls hoog. Dit zorgt er dus voor dat gebruikscomfort belangrijker is. |
· Hoge Taak Belangrijkheid | · Gebruikscomfort Doordat de hoge belangrijkheid van hun taak, is hun motivatie doorgaans ook hoog. Gebruikscomfort is dus belangrijker dan leercomfort. |
· Lage Taak Belangrijkheid | · Leercomfort De motivatie is bij dit soort gebruikers doorgaans laag, ze zullen doorgaans een lange trainingsduur en –inspanning niet tolereren. Een interface ontworpen met de focus op leercomfort kan dit opvangen. |
De taakstructuur heeft een invloed op de keuze van de dialoogstijl. Algemeen genomen, moet de flexibiliteit van de interface correleren met de taak structuur.
Kenmerken | Dialoog Stijl |
· Hoge Taak Structuur | Menu’s, invulschermen en Vraag & Antwoord dialogen |
· Gemiddelde Taak Structuur | Functietoetsen of knoppenbalk, directe manipulatie |
· Lage Taak Structuur | Commando Taal, Functietoetsen of knoppenbalk, natuurlijke taal |
Bekijk Ook:
- Psychologische Kenmerken
- Kennis en Ervaring Kenmerken
- Werk en Taak Kenmerken
- Fysieke kenmerken
Vond je dit artikel interessant? Doe dan het volgende:
- Plaats een reactie
- Volg Usability Vlaanderen op Facebook of Twitter
- Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief of RSS feed
- Deel dit artikel met vrienden en collega's



0 reacties